| O, die
ogen! Op
het moment dat ik aan deze galerie werkte stonden ogen opeens in het
middelpunt van de belangstelling.
Liever gezegd, het verbergen van deze pronkjuwelen door een stel rebelse
Moslimmeiden. Door hun onzichtbaarheid optimaal zichtbaar te maken
wisten ze een enorme paradox te bespelen die veel publiciteit
opleverde.
Ik herkende in hun opstandige houding veel van mijzelf op die leeftijd.
Als je aan míjn normen en waarden kwam zwaaide er ook wat!
Alleen ging het bij mij precies andersom.
Ik droeg ook zwarte kleren, kleurde mijn ogen dramatisch pikzwart
en smeerde uitbundig een vaal bleke make-up op m'n gezicht. De daarbij
passende lipstick maakte het plaatje compleet. Schamper werd
de make-up een lijkenmasker genoemd, maar zelf vond ik het prachtig.
Iemand mocht eens denken dat ík zo'n burgertrutje was!
Kennelijk ging er zoiets provocerends van uit dat het verboden werd
om zo opgepoetst op school te verschijnen en dat leverde de nodige
boenbeurten op. Kennelijk werd dat een gepaster vernedering gevonden dan het
verwijderen van de dissident. Mijn toenmalige docenten, ook niet gek,
wisten dondersgoed dat die straf als een buitenkansje werd beschouwd
dat mij vooral níet gegund moest worden.
Als er niet zo'n dramatische
aanklacht achter zou zitten zou ik het gedrag van de meiden wel iets
vermakelijks vinden hebben. Maar het trieste is dat deze spookjes,
zich volgens mij, in een dwangbuis hijsen dat de profeet Mohammed
nooit bedoeld kan hebben.
Hij kon er toendertijd
toch geen weet van hebben dat de totaal gesluierde volgeling van
nu zich een weg moet zien te banen door een wirwar van onvoorspelbare
verkeerssituaties. Wat wist Mohammed nu van pizzakoeriers die zich
nergens aan storen, of gettoblasters die je oren zo verdoven dat waarschuwend
getoeter niet gehoord - laat staan gezien - kan worden.
Mohammed kon toch niet
weten
dat de moderne mens de bedekking van het hele gezicht associeert met
uiterst sinister gedrag.
Mohammed sprak immers uit zorg voor de mensen van zíjn tijd.
Zonder twijfel zou hij vandaag de dag die gevaarlijke dracht subiet
naar de lappenmand verwijzen.
In ieder geval hoop
ik niet dat deze trend doorzet. Ik zit nogal eens in de tram met moderne
Moslimmeiden die lekker, modieus gekleed gaan. Zij dragen ook hoofddoekjes
en daar is helemaal niks mis mee.
Ik ben altijd weer blij verrast als ik merk hoe voorkomend en alert
hun gedrag is. Altijd behulpzaam met het drukken op knopjes en openhouden
van deuren. Kom daar maar eens om bij de gemiddelde kaaskop!
Het oogcontact daarbij is altijd leuk en maakt nieuwsgierig naar meer.
Daarin is mijn hoop gevestigd voor die moeizaam verlopende integratie,
die volgens mij, beslist wél kans van slagen heeft als we elkaar recht
in de ogen kunnen blijven kijken. |